Akoestiek klaslokalen

De gevaren van een slechte akoestiek


Bron: ONDERWIJS&BOUW; akoestiek op school. Tekst: Lieke van Zuilekom Beeld: PolyGroup Benelux B.V.

Ondanks dat er al veel studie is gedaan naar de akoestiek in klaslokalen, wordt hier in de praktijk nog maar weinig mee gedaan. Een recente studie in Florida wijst uit dat op de vierde rij in een gemiddeld klaslokaal nog slechts vijftig procent van het gesprokene hoorbaar is. Dit betekent niet dat de kinderen maar de helft van de lesstof meekrijgen, maar ze moeten wel meer moeite doen om te begrijpen waar het over gaat.

Volgens Emile Beld, mede-oprichter en eigenaar van PolyGroup Benelux B.V. wordt dit zwaar beïnvloed door het nagalmeffect van een ruimte. Hij laat het verschil horen tussen een gemiddelde nagalmtijd van 1.2 en slechts 0.4 seconden. Het verschil is indrukwekkend. Beld houdt zich al jarenlang bezig met het verbeteren van de akoestische omgeving in klaslokalen. “Een slechte akoestiek treft alle leerlingen”, vertelt hij. “Maar de gevoeligste groep is wel de groep slechthorende kinderen, dus alle kinderen met een verkoudheid, oorinfectie, lijmoor of zelfs hooikoorts. Op iedere willekeurige dag betreft dit ongeveer zestien procent van alle kinderen. Bekend is dat introverte mensen – ongeveer een derde van alle kinderen – zeer veel moeite hebben met hun concentratie in een rumoerige omgeving. Ditzelfde geldt voor de kinderen (tien procent) waarvan het Nederlandse de tweede taal is.”

Ook de docent ondervindt volgens Beld hinder van een slechte akoestiek. “Volgens een studie aan de Universiteit van Bremen ligt het gemiddelde geluidsniveau in klaslokalen op 65 decibel. Een docent moet constant zijn stem verheffen, om hier bovenuit te komen. Behalve zijn stemvolume, stijgt hierbij ook zijn hartslag. Erg gevaarlijk, want 65 decibel is precies de grens waarboven een myocardinaal infarct (hartinfarct) dreigt. Zeker wanneer iemand hier regelmatig en langdurig aan wordt blootgesteld*.”

Volgens Beld is het terugdringen van de nagalmtijd naar 0,4 seconden in bestaande lokalen vrij eenvoudig te realiseren. Toch zou hij graag zien dat er bij het ontwerp al rekening wordt gehouden met de akoestiek. Hij vervolgt: “Ik las onlangs een artikel waarin de term “onzichtbare architectuur” werd gebruikt. Een prachtige term. Het gaat over ontwerpen. Niet over uiterlijk, maar over beleving. Zo krijgen we ruimtes, die net zo goed klinken als ze er uitzien. Ruimtes die aan hun doel beantwoorden. Die onze kwaliteit van leven, onze gezondheid, ons welzijn en onze productiviteit verhogen. Het wordt tijd om te gaan ontwerpen met onze oren, en niet alleen met onze ogen…”

Dit geldt zeker in een klaslokaal waar horen belangrijker is dan zien. Want, zo zegt Emile Beld tijdens het interview: “Als je me hoort zonder me te zien, begrijp je me. Als je me ziet zonder me te horen, lukt dat niet…”

 

* Bron: Noise & Health 2004 Volume 6 Issue 22 Page 5-13 H.Issing/B. Kruppa


Terug naar het overzicht